Nieuws

Gentbruggebrug

21 december 2020

De afgelopen weken raakten de gemoederen verhit rond de wijkmobiliteitsplannen voor de wijken Dampoort en Oud-Gentbrugge. Straffe voorstellen, straffe reacties, straffe krantenkoppen én straffe scheldpartijen op sociale media. Het Gentse circulatieplan revisited, zo lijkt het wel.

Laat ons het echter anders aanpakken en lessen trekken uit het verleden. Dit in het belang van buurtbewoners, bezoekers, handelaars en ondernemers. Een pleidooi van een bezorgde schepen van Economie en Handel.

In het Gentse bestuursakkoord spraken we af om verkeersplannen te maken voor onze wijken en deelgemeenten. We vertelden er bij waarom we dat willen doen. Namelijk om de leefkwaliteit en de (verkeers)veiligheid in de Gentse wijken te verbeteren. Dat is en blijft uiteraard de kern van de zaak. Niet om handelaars en automobilisten te pesten. En toch lukt het ons niet om dit uitgangspunt duidelijk te maken.

Context brengen en een breder verhaal nastreven dan alleen één van mobiliteit kan het gesprek verrijken. Waar willen we naartoe in een wijk? Welke investeringen plannen we? Wat heeft een wijk nodig op vlak van economie, handel, onderwijs, openbaar groen, voorzieningen, speelplekken, …. En ja, welke ingrepen op vlak van mobiliteit kunnen ons helpen om de leefbaarheid van de Gentse wijken te versterken?

Tweede opdracht: signalen verzamelen, zonder vooringenomenheid. Al te vaak gaan discussies over “foute” signalen versus “juiste” signalen. En leeft het gevoel dat de ene een voetje voor heeft bij het stadsbestuur. Dat zorgt voor frustratie en polarisatie. Bakfietsouders versus boomers. Inwoners versus handelaars. Oude inwoners versus nieuwe. Terwijl we net heel graag en heel breed willen horen wat er leeft. Iedereen moet zijn of haar signalen bij ons als overheid kunnen neerleggen. Ieders stem telt.

We moeten breder durven kijken dan een handvol in het oog springende mobiliteitsmaatregelen. Als overheid kunnen we meer doen dan knippen en de circulatie aanpassen. We moeten sturen, faciliteren, investeren en stimuleren. We moeten inderdaad investeren in een andere mobiliteit en bijvoorbeeld veilige fietsinfrastructuur aanleggen. Maar we moeten ook shop-en go plaatsen voorzien, snelheid handhaven en investeren in het openbaar domein. Zodat het fijn is om te shoppen en er een glas gedronken kan worden op een nieuw terras.

Dit vergt een wijkplan dat breder gaat dan mobiliteit alleen. Want ik ben ervan overtuigd dat we met een brede en duidelijke toekomstvisie voor de wijk, de emotie uit het debat krijgen. Betekent dit dat er geen “moedige keuzes” nodig zijn? Natuurlijk niet, maar toekomstvisie en draagvlak hoeven geen tegenstrijdigheden te zijn.

Maar draagvlak zoeken en vinden, dat doe je niet alleen. En ik beken. We zijn er als stadsbestuur te voortvarend ingevlogen. We moeten nu even terugschakelen en het contact opzoeken met alle bewonersgroepen, maar ook met ondernemers, handelaars of belangenorganisaties zoals Unizo. Weg van het dovemansgesprek. Weg van het over ons heen roepen van de apocalyps.

Elke dag word ik aangesproken door handelaars die keihard aan het vechten zijn. Want uiteraard zijn het voor handelaars en ondernemers vandaag waanzinnig uitdagende tijden door de coronapandemie en de versnelde opkomst van e-commerce. Elke handelaar uit het stadscentrum zal echter ook verwijzen naar die andere vijand waartegen ze al jaren vechten.

De vijand van de perceptie. De foute perceptie van een compleet onbereikbare binnenstad die leegbloedt. En ook onze wijken worden geen eilanden met opgeblazen bruggen. Laat ons dus samen vanaf dag één die perceptie in de kiem smoren. Wat denken jullie? Samen oversteken?